Art. 1
Het bestuur van den voornoemden waard, zal vier schaarmeesters die elkander niet nader, dan tot in den derden graad van bloedverwantschap zullen mogen bestaan, zijn opgedragen daartoe door schaargeregtigden benoemd , in de maand April van ieder jaar met dien verstande ,dat er telken jare, twee zullen aftreden, die echter weder verkiesbaar zijn.
Die verkiezing, zoowel van Schaarmeesters, als van Telders geschiedt met ongeteekende, maar gesloten biljetten, dadelijk te open door de Schaarmeesters en twee der Schaargeregtigden, bevorens ter zelfder vergadering door de meerderheid van Schaargerechtigden benoemd.
Art. 2
De Schaarmeesters zullen het beheer en toezigt over genoemden Wijkerwaard hebben, en van deze hunner administratie, in April van ieder jaar, behoorlijke rekening en verantwoording doen, voor het afgeloopen jaar, en, daar zij tevens voor hun beheer verantwoordelijk zijn, zullen zij altijd het goed slot der laatste rekening aan hoofd moeten hebben.
Zij zullen gelijktijdig bij de rekening elk jaar overleggen eenen staat van begrooting, bevattende de inkomsten en uitgaven voor den dienst van het eerstvolgende jaar, welk geraamd bedrag door Schaargeregtigden zal worden vastgesteld, en die dan ook, wat de uitgaven betreft, dezelve niet zullen mogen overschrijden op hunne persoonlijke verantwoording.
Zij zijn ook gehouden om alle werken vernieuwingen herstellingen en wat van dien aard is, en hetwelk tot hun beheer betrekkelijk den waard behoort zoo het bij raaming meer dan 3 gulden mogt bedragen in het openbaar doen plaats hebben, tenzij om bijzondere redenen, eene dadelijke voorziening mogt gevorderd worden .
De schaarmeesters zijn ook verpligt te zorgen dat er ten allen tijde eene geregelde schaarlijst, in dubbeld opgemaakt, aanwezig zij, die iedere onder eenen afzonderlijken schaarmeester zullen verblijven, doch waarvan is, bij het doen der rekening niet alleen, maar ook bij elke vergadering een exemplaar zal behooren voor te leggen .
Die schaarlijst of rooster die door schaargerechtgden zal moeten zijn tezamen gesteld , in verhouding van een ieders aandeel, en goed regt in de schare weide van den Wijkerwaard.
De daarin voorvallende verandering zullen zij behoorlijk opteekenen en gadeslaan.
Bij het doen der jaarlijkse rekening en het opmaken en vaststellen der begrooting in een algemeene vergadering van schaargerechtigden, zullen de schaarmeesters minstens acht dagen bevorens, eene behoorlijke openbare oproeping van schaargerechtigen, door aflezing en aanplakking der publicatie van oproeping, daar en op die plaatsen, alwaar zulks binnen de gemeente te Wijk te doen gebruikelijk is .
Wordt de rekening en begrooting goedgekeurd, als dan zulle dezelve ieder, behalve door schaarmeester door de vier hoogst in jaren ter vergadering tegenwoordig zijnde
schaargerechtigden mede worden onderteekend.
Art. 3
De schaarmeesters zullen, voor den dag van scharen gezamenlijk, voor hun beheer in deze genieten 10 guldens eens af elk jaar, benevens 2 scharen weide in den Wijkerwaard, vrij van alle lasten en onkosten.
Bij aldien op den dag van scharing de lasten niet mogten zijn aangezuiverd, zoo zullen de scharende weide van dusdanige nalatige schaargerechtigen drie dagen later, in het openbaar door schaarmeesters worden verhuurd.
Art. 4
De jaarliikse toekenning der scharenweide zal in de maand Mei plaats hebben en de tijd voor scharen, alsmede het ligten der scharen en het eindigen van den weitijd, naar de gesteld van het jaargetijde geregeld worden , waarvan aan de schaargerechtigden, bij voorafgeaande openbare bekendmaking zal worden kennis gegeven.
Die geene welke als dan zal vermeenen in zijne regten en aanspraken op de scharen weide in den Wijkerwaard te kort te zijn gedaan, zal zijne bezwaren, schriftelijk bij schaarmeesters moeten inbrengen, die dezelven zoo nodig, schriftelijk aan de uitspraak van de schaargeregtigden zullen behooren te onderwerpen bij wien de bezwaren ten allen tijde in hooger beroep zullen kunnen komen.
Art. 5
De toekenning der schare zal naar ieder ouderdom en rang , volgens regt en billijkheid gescheiden, bij een zesde van een schaar, en elke schaargeregtigde zal gehouden zijn, zijn aandeel voor en aleer hij zal worden toegelaten tot het beweiden van den waard, van alle onkosten en belasting te zuiveren, en wel in persoon of zijn aandeel zal door schaarmeesters worden ten voordele van de gezamenlijke schaargeregtigden en de betaling zal als dan gescheiden, op zoodanige plaats en tijd als door schaarmeesters zal bepaald worden.
Art. 6
Ieder schaargeregtigde of beweider van den voornoemden waard, zal gehouden zijn eene behoorlijke opgaaf te doen bij geschrift aan de tellers, die tot dat einde door schaargeregtigden zullen verkozen worden, der hoeveelheid van hun vee en de bijzondere teekenen die door schaarmeesters bepaald zullen worden, en dat binnen den tijd van 24 uren, na de scharing van den waard, welke tellers mede belast zijn met het tellen naauwkeurig toezigt houden op het vee, van het oogenblik hunner aanstelling tot het volgende jaar eener nieuwe aanstelling; zij zullen voor deze hunne diensten het vrij gebruik van een derde eener schaarweide voor een ieder hunner en alle verdere voordeelen die daaraan regtens van ouds verbonden zijn.
Art. 7
Ieder schaargeregtigde zal ook verpligt zijn, zich te onderwerpen aan schaarmeesters, zoo ten opzigte der schaartijd als het ligten der scharen, het eindigen van den weitijd en andere pligten hiervoorkomende, zoo mede het regt verstand en de uitlegging van dit reglement, dat uitsluitend aan schaarmeesters behoort, die alsmede uitspraak zullen doen in alle gewone geschillen, daar alle buitengewone aan de uitspraak van schaargeregtigden moeten worden onderworpen, zonder iemands tegenspraak.
Art. 8
Ieder schaargeregtigden zal niet meer als twee paarden op voornoemden waard mogen weiden, en zijne paarden door geene anderen mogen doen vervangen, dan om wettige redenen van ziekte of verkoopen van het vee.
Art. 9
Het zal aan niemand vrijstaan zij aandeel weide aan buitenlieden te verhuren, in geval er binnen Wijk zelve weide benoodigd is; mogt die verhuring evenwel hebben plaats gehad, dan zal die tegen 10 centen per schaar moeten teruggegeven worden, en, volgens oud gebruik met de algemeene markt , voor den dam kunnen betaald worden.
Art. 10
Waneer iemand beesten van buiten aanneemt onder schijn van regt, alsof het zijn eigen vee ware en zulks wordt ontdekt, zal het ook losbaar zijn, en met de algemene markt betaald worden, en zal dat vee dadelijk van den waard moeten geruimd zijn, en zal zoodanige schaargeregtigde zijne schaar weide niet alleen, maar daar boven nog 2 gulden voor boete verbeuren.
Art. 11
Ieder medeeigenaar van den waard die, voor den tijd der toekenning van schare, naar elders verstrekt, zal dadelijk zijn aandeel weide moeten afstaan, dat als dan, naar regt en billijkheid onder andere regthebbenden zal verdeeld worden, door de zoodanige die, na den tijd der toekenning van schare, met der woon naar elders vertrekken, zullen op of voor den derden Mei daaraanvolgende, weder bepaald met den woon binnen deze gemeente moeten gevestigd zijn, en van deze hunne vestiging voor of uiterlijk op den 15en April schriftelijke kennis moeten geven aan schaarmeester, en ingevalle zij verlangen derzelver aandeel in de weide te behouden, zullende bij nalatigheid hiervan, hetzelve mede naar regt en billijkheid onder de regthebbenden worden verdeeld.
Art.12
De bedeelingen der scharen weide zullen alleen aan de hoofden van ieders huisgezin geschieden , om het even of er twee of meer hoofden van verschillende huisgezinnen in hetzelfde huis inwonen, mits zij schaargeregtigd zijn, ter beoordeling van schaarmeesters.
Ook zal iemand ,die voor zich zelve geen inboorling is, maar het regt van bedeeling door huwelijk had verkregen als weduwnaar of weduwe, dat zelve blijven behouden tenzij men een tweede opvolgend huwelijk met iemand aanging, die buiten de gemeente is geboren, als wanneer dat regt van weide dadelijk komt te vervallen en de verdere bedeling zal ophouden.
Art. 13
Het zal niemand vrij staan die geen wettig regt op den waardheeft, om aarde, zand, of pijnzaden op denzelve te halen, dan bij vergunning van schaarmeesters, zullende bij weigering van dezen, de schaargeregtigden kunnen beslissen.
De eigenaren wordt dit regt toegekend, mits daarvan geen misbruik makende, in dat geval zullen schaarmeesters daarvan aan de schaargeregtigden kennis geven, die alsdan daarover zullen beslissen, en hij, die daarvan misbruik gemaakt heeft, zal alsdan verbeuren eene boete of schade van eenen gulden, zullende die bij wanbetaling, van zijne schaar weide worden ingehouden, ten voordeele van den waard; de plaats tot aardhaling zal door schaarmeesters worden aangegeven.
Art. 14
Geene inboorlingen zullen als schaargeregtigden in aanmerking komen, dan die als hoofd van een huisgezin bekend staan, om het even of zij meerder of minderjarig, gehuwd of ongehuwd zijn.
Ten aanzien van schaargeregtigdheid van ouderlooze wezen, zal men beschouwd worden schaargeregtigd te blijven, voor dien tijd dat men te zamen of afzonderlijk een huis bewoont, zullen de zoodanigen onder hun, die het ouderlijke huis verlaten, hun regt op die schaar weide, waarvan zij gemeenschapelijk in het genot waren, verliezen.
Art. 15
Alle inboorlingen of hoofden van huisgezinnen die van buiten te Wijk zich met er woon vestigen, een wettig regt op de bedeeling der scharen hebben, en, voor den 15en April van ieder jaar, hunne vaste woning in huur of eigendom binnen het dorp Wijk betrokken hebben, zullen als schaargeregtigden in de bedeeling worden opgenomen, maar daartoe verpligt zijn, voor of op den 15en April aan de schaarmeesters schriftelijk kennis te geven, dat zij voor of uiterlijk op den derden Mei daaraanvolgende met der woon in de gemeente Wijk zullen gevestigd zijn.
Art. 16
In geval er beesten of paarden ziek of besmet zijn der, op gemelden waard kwamen te sterven, zullen die dadelijk, op de eerste aanmaning van schaarmeesters van de waard moeten gezuiverd worden; ook zullen geene stieren of stootig vee, woest slaande of springende paarden op den waard toegelaten worden, even zoo is het bloed trekken, vee stieren en dekken aldaar verboden, op het verbeurte van een gulden, twintig centen, voor elke overtreding ten behoeve van den arme van Wijk, en, ingeval hieraan niet wordt beantwoord, zullen de schaarmeesters de magt hebben, op koste van de nalatige, het vee te doen ruimen en de boete deswege van hun aandeel weide af te trekken, zooals bij Art 13 is bepaald.
Art. 17
Ieder inboorling van Wijk behoudt ten allen tijde zijne regten en aanspraken op de bedeeling der scharen weide, in den Wijkerwaard, indien hij in alles aan den inhoud van dit reglement blijft voldoen.
Art. 18
In geval tien of een grooter getal personen, eene gelijke aanspraak op bedeeling hebben, en er, voor hun allen ieders afzonderljk geene bedeeling is, als dan zal het lot daaromtrent moeten beslissen, zullende de overigen, bij een volgend jaar, tegelijk met de jonggehuwden, die schaargeregtigd mogten zijn, in aanmerking komen, en daarbij den voorrang verkrijgen, met dien verstande dat de jonggehuwden en zij, welke zich van buiten alhier hebben gevestigd, en bewijzen kunnen regtmatige aanspraak op bedeeling der weide kunnen aantoonen, den voorrang zullen hebben boven diegenen, welke in het vorig jaar reeds medelotelingen zijn geweest .
Art. 19
Het is verboden zuigend vee op den voornoemden waard te doen weiden; ook zal men het jong vee, dat op eene halve schaar weide loopt of graast, zoodra men ondekt dat het tanden krijgt en in de schaar vervalt, op de eerste aanmaning den waard moeten doen ontruimen, en, ingeval men daaraan niet dadelijk voldoet zal men verbeuren de boete hiervoor bij Art. 16 bepaald en schaarmeesters ten dien opzigte kunnen handelen zooals bij Art 16 is vastgesteld en omschreven .
Men zal, na den 15en October van elk jaar, het vee op den waard door ander kunnen doen vervangen mits een briefje den Telder indienende een en ander op verbeurte van 1,50 gulden te verbeuren als voren.
Art. 20
De thans bestaande schaarmeesters en Telders blijven hunne functien waarnemen, tot dat zij door anderen, ingevolge Art. 1 van dit reglement zullen worden vervangen.
Art. 21
De eerste keuze van schaarmeesters en telders geschiedt in de maand April 1800 twee en vijftig; de helft daarvan treedt af in de maand April 1800 drie en vijftig.
Art. 22
Dit reglement zal van kracht zijn dadelijk na de benoeming der nieuwe schaarmeesters, welke zal geschieden in de maand April1800 twee en vijftig en zal ten allen tijden kunnen veranderd worden, maar niet anders dan met inachtneming van het volgende:
1e: schriftelijke en met redenen omkleed voorstel van minstens 25 schaargeregtigden
2e: Behandeling in eene buitengewone vergadering, waarbij twee derden der uittebrengen stemmen tot een besluit zullen leiden, nadat de redenen dier buitengewone vergadering en alzoo het te behandelen onderwerp gedurende tenminste twee zondagen bevorens, tweemaal in het openbaar, volgens plaatselijk gebruik zal bekend gemaakt zijn.
Art. 23
De van nieuws verkozene schaarmeesters zullen verplicht zijn, en verbinden zich bij de aanvaarding hunner betrekking te stellen 2 borgtogten voor eene somma van achthonderd guldens, welke tot bij derzelver aftreding zullen berustende blijven, bij een daartoe door de gezamentlijke bestuurders van den waard verkozen persoon, zullende zij geen beheer hoegenoemd mogen uitoefenen, voor en aleer zij de verpligting in dit Art. vermeld zullen hebben voldaan.
Aldus dit reglement aangenomen en verbindend verklaard door ons ondergeteekende schaargeregtigden te Wijk
B. Pullen
Burgemeester
Dirk Boon
A.H. van Wijk
L. van Rijswijk
Schaarmeesters
J. van Andel
C. van der Pol
J. van de Wetering
M. Blijenberg
G. Schouten
G. van Helden
F. Bouman
C. van Ginkel
F. van Rijswijk
A. van der Velden
G. van Helden
J. van Haften
J. Nieuwkoop
D. van Helden
A. van Veen
B. van Bergeijk
F. Blijenberg
L. van Veen
G. de Waal
W. Treffers
K. Kolf
M. Bouman
A. Vos
L. van Bergeijk
M. van Bergeijk
R. Bouman
E. de Graaf
J. Nieuwkoop
J. de Waal
J. van Helden
R. van Helden
A. Treffers
W. Lankhaar
Corn. Bast. Vos
B. van Bergeijk
J. van Doveren
D. van der Pol
C. Kuipers
C. Bouman
A. van Kuik
C. Jacobze Bouman
H. Bouman
C. Hagoort
L. de Waal
A.G. van Helden
W. Blijenberg
D. van Loon
B. Kraaij
Reglement van de Wijksche Waard